Kan ketamine de slaap én depressie verbeteren?

In het Meerlo Lab wordt onderzocht hoe verstoorde slaap samenhangt met depressie en waarom ketamine zo’n opvallend snel effect kan hebben. Dankzij de nauwe samenwerking met de psychiatrie komen slaap, stemming en neuroplasticiteit in één onderzoekslijn samen. Prof. dr. Peter Meerlo vertelt hoe fundamentele slaapbiologie klinische vragen verder kan brengen.

In zijn lab in Groningen werkt prof. dr. Peter Meerlo nauw samen met psychiaters om te begrijpen welke processen in het brein veranderen bij depressie en slaapverstoring. Twee promovendi staan met één been in de kliniek en met één been in het lab: zij combineren populatiestudies met dierexperimenteel onderzoek, waardoor verbanden die bij patiënten zichtbaar zijn in het lab ook daadwerkelijk causaal getest kunnen worden. Zo ontstaat een unieke brug tussen brede patronen in de kliniek en de onderliggende mechanismen in het brein.

  1. Hoe is je onderzoek betrokken geraakt bij vragen uit de psychiatrie?

“Slaap en psychiatrische klachten hebben veel met elkaar te maken. We weten al lang dat mensen met insomnia een twee tot vier keer grotere kans hebben om een depressie te ontwikkelen. Dat wijst op een sterke samenhang tussen slaap en psychiatrische klachten, maar zegt nog niets over oorzaak en gevolg. De vraag is daarom: kan verstoorde slaap leiden tot psychische klachten?

Bij mensen kun je heel moeilijk verbanden tussen slaapverstoring, hersenfuncties en gedrag causaal aantonen, vooral als het om patiënten gaat, maar in diermodellen kan dat wél. In mijn lab kijken we al jaren naar wat verstoorde slaap met het brein doet. Dan zie je dat slaapverstoring veranderingen teweegbrengt in hersensystemen die betrokken zijn bij emotie- en stemmingsregulatie. Dat maakt de verbinding tussen fundamenteel slaaponderzoek en psychiatrie heel logisch.”

  1. Hoe kwam ketamine in beeld binnen dat gezamenlijke onderzoek?

“Dat gebeurde eigenlijk via de kliniek. Daar was steeds meer belangstelling voor ketamine als een middel dat bij sommige mensen snel een antidepressief effect geeft. Dat is hoopvol, want de klassieke antidepressiva werken bij veel patiënten nauwelijks en áls er al een effect is, duurt het vaak wekenlang voordat zich dat openbaart.

Ketamine is misschien vooral bekend als een middel dat recreatief wordt gebruikt en hallucinaties kan geven, maar het is van oorsprong een geneesmiddel. Het wordt al decennialang gebruikt als anestheticum en maakt nog steeds onderdeel uit van narcose, vooral in de acute zorg.

De grote vraag is nu waarom ketamine zo snel een antidepressieve werking kan hebben. Eén van de ideeën is dat het misschien iets doet met slaap. En juist dat is iets wat we in diermodellen heel nauwkeurig kunnen onderzoeken.”

  1. Wat is de rol van BDNF in dit verhaal?

“BDNF is een neurotrofe factor, een stof die belangrijk is voor de plasticiteit van zenuwcellen. In depressie is BDNF vaak onderdrukt. En er zijn aanwijzingen dat verstoorde slaap ook invloed heeft op BDNF. Dat maakt het interessant om te kijken hoe ketamine, slaap en BDNF samenhangen.

Als ketamine aan patiënten wordt gegeven, kunnen onderzoekers BDNF in het bloed meten. Dat gebeurt veel in klinische studies. Maar we weten dat de BDNF die je in het bloed meet voor een groot deel afkomstig is van bloedplaatjes. Dan is dus de vraag: wat zegt zo’n bloedwaarde eigenlijk over wat er in het brein gebeurt?

In mijn lab kunnen we dat aanvullen door in diermodellen BDNF in het brein zelf te meten, in verschillende hersengebieden die betrokken zijn bij stemming. En we kunnen tegelijkertijd heel precies kijken hoe ketamine slaap en circadiane ritmes beïnvloedt. Zo sluiten die klinische vragen en ons fundamentele onderzoek heel mooi op elkaar aan.”

  1. Hoe onderzoek je dat in diermodellen?

“We werken onder andere met een rattenlijn die geselecteerd is op depressieachtig gedrag. In één van de experimenten die we nu starten, worden die dieren geïnjecteerd met ketamine, in verschillende doseringen en op verschillende tijdstippen. Daarna kijken we heel precies naar hun circadiane ritmiek, hun slaap en de opbouw van hun slaap. Met EEG, activiteitssensoren, noem maar op.”

  1. Wat zie je bij ketamine in relatie tot slaap?

“Er zijn aanwijzingen dat ketamine slaap beïnvloedt – maar hoe dat precies uitpakt,  hangt misschien af van het tijdstip waarop je het geeft. Dat klinkt wellicht triviaal, maar als ketamine inderdaad iets met slaap en stemming doet, dan is het tijdstip mogelijk heel belangrijk. In de kliniek is daar nauwelijks aandacht voor, terwijl het best een groot effect zou kunnen hebben.

Juist daarom is die samenwerking met de psychiatrie zo waardevol. Twee promovendi werken deels bij de psychiatrie, waar ze populatieonderzoek doen naar insomnia, depressie en ketamine. En een deel van hun traject doen ze in mijn lab, waar ze met diermodellen naar onderliggende processen kunnen kijken. Die wisselwerking werkt heel goed.”

  1. Wat hoop je met dit ketamine-onderzoek uiteindelijk te bereiken?

“Ik hoop dat we beter gaan begrijpen waarom ketamine zo snel werkt, en of dat inderdaad te maken heeft met slaap en plasticiteit. En of het moment waarop je het geeft een rol speelt. Dat zou voor behandelingen heel belangrijk kunnen zijn. Maar vooral laat het zien hoe fundamentele slaapbiologie en klinische vragen eigenlijk voortdurend in elkaar grijpen. Het zijn voor mij echt twee kanten van dezelfde medaille.”

Meer lezen?

Meer lezen over het onderzoek van Peter Meerlo? Lees ook: Het Meerlo Lab (Artikel 1): Slaaponderzoek tussen evolutie en psychiatrie.

Geschreven door Susanne de Joode, medisch journalist, in opdracht van de NSWO.

 

 

 

Referenties:

Meerlo P, Havekes R, Steiger A. Sleep disruption as a causal factor in the development of depression. Current Topics in Behavioral Neuroscience 25: 459-481, 2015. doi: 10.1007/7854_2015_367.

Novati A, Roman V, Cetin T, Hagewoud R, Den Boer JA, Luiten PGM, Meerlo P. Chronically restricted sleep leads to depression-like changes in neurotransmitter receptor sensitivity and neuroendocrine stress reactivity in rats. Sleep 31: 1579-1585, 2008. doi: 10.1093/sleep/31.11.1579.

Kamphuis J, Baichel S, Lancel M, De Boer SF, Koolhaas JM, Meerlo P. Sleep restriction in rats leads to changes in operant behavior indicative of reduced prefrontal cortex function. Journal of Sleep Research 26: 5-13, 2017. doi: 10.1111/jsr.12455.

2 februari 2026

Meer artikelen over slaap: